Onderwijs in detentie - een vlucht doorheen de tijd

Sinds 2015 verwelkomde Vocvo de onderwijscoördinatoren in het team. Sindsdien werd er krachtig samen gebouwd aan een kwalitatieve en centrale werking. En dat loonde! Een terug- en vooruitblik na 10 jaar ...

 

Tot 2015 werd het onderwijsaanbod in gevangenissen grotendeels bepaald door de lokale context. Het type gevangenis, de samenstelling van de populatie en de inzet van onderwijs­partners waren hierbij doorslaggevend. Met de samenvoeging van de lokale onderwijscoördinatoren onder één werkgever in 2015 veranderde dit fundamenteel. Er kwam een centrale, kwaliteitsgerichte aansturing die uitmondde in een uniforme werking met duidelijke afspraken en kaders voor onderwijs in detentie in Vlaanderen en Brussel. In 2021 resulteerde dit in de Vlaamse Leidraad, die als ultiem doel heeft de re-integratie van gedetineerden in de samenleving te bevorderen.

De Leidraad vertrekt vanuit de noden en behoeften van de gedetineerden en legt prioriteiten vast rond Nederlands voor anderstaligen, tweedekansonderwijs, geletterdheid en beroepsgericht onderwijs. Deze focus sluit nauw aan bij de realiteit binnen detentie, waar de populatie sterk uiteenloopt qua nationaliteit en opleidingsniveau. Onderzoek wijst uit dat minstens een kwart van de gedetineerden geen diploma secundair onderwijs bezit, terwijl één op de zes laaggeletterd of laaggecijferd is. Het versterken van taal- en basisvaardigheden, het aanbieden van tweedekansonderwijs en het voorbereiden op de arbeidsmarkt zijn daarom cruciale pijlers.

De werking rond Nederlands als tweede taal (NT2) is de voorbije jaren verder verfijnd. In 2024 werd voor het eerst een behoefteplan NT2 opgeleverd. Vanuit het Afsprakenkader NT2 werken betrokken partners (Agentschap Integratie en Inburgering, Atlas, Amal en het Huis van het Nederlands Brussel) nauwer samen aan een aanbod dat beter aansluit bij de noden. De centrale aanpak leidde tot twee belangrijke verbeteringen. Ten eerste werd de gevangenis-specifieke module ‘Nederlands op de gevangenisvloer’ ontwikkeld. Deze module is zonder instapdrempel toegankelijk en maakt het mogelijk om snel en praktisch te werken rond taalknooppunten binnen de detentiecontext. Daarnaast kwamen er uniforme afspraken over NT2-screenings. Voorheen moest telkens lokaal onderhandeld worden of en hoe vaak een screening kon plaatsvinden, waardoor dit in sommige inrichtingen zelfs helemaal niet gebeurde. Via het afsprakenkader wordt de screening verankerd, wat essentieel is om passende vervolgtrajecten voor het leren van het Nederlands te kunnen aanbieden.

Het aanbod rond geletterdheid wordt in grote mate gedragen door Ligo, dat ook buiten detentie ruime expertise heeft opgebouwd. Naast het versterken van basale geletterdheid richt Ligo zich op beroepsondersteunend leren. Zo konden in het schooljaar 2023-2024 in acht gevangenissen VCA-examens worden afgelegd en werd in 2025 voor het eerst een theoretisch rijexamen binnen de gevangenismuren georganiseerd. Met de introductie van het detentieplatform ‘Just From Cell’ ontwikkelde Ligo digitale pakketten. Deze ondersteunen gedetineerden bij het gebruik van het justitieplatform en helpen hen om vlotter met de digitale toepassingen aan de slag te gaan.

Een aanzienlijk deel van het onderwijsaanbod is beroepsgericht. In het schooljaar 2023-2024 ging het om ongeveer een derde van het totale aanbod, waarvan 140 diplomagerichte modules die inzetbaar zijn binnen een traject tweedekansonderwijs. Tegelijk groeit de aandacht voor werkplekleren en worden lokaal initiatieven genomen om onderwijs en werk nauwer op elkaar af te stemmen. Daarbij wordt actief ingezet op volledige opleidingen en het behalen van specifieke certificaten. Afstemming met VDAB zorgt ervoor dat men op de hoogte blijft van arbeidsmarktgerichte opleidingskansen, terwijl de centrale aansturing kruisbestuiving tussen gevangenissen mogelijk maakt en goede praktijken systematisch worden uitgewisseld. Hierdoor kunnen cursisten in meerdere inrichtingen intussen het volledige AAV-traject (aanvullende algemene vorming) volgen. In combinatie met een diplomagerichte opleiding leidt dit tot het behalen van een volwaardig diploma secundair onderwijs.

De gecentraliseerde aansturing en de structurele uitwisseling tussen gevangenissen brachten doorheen de jaren gemeenschappelijke noden aan het licht. Vocvo zette stappen om deze noden overkoepelend aan te pakken.

Een belangrijk knelpunt was het gebrek aan individuele leertrajectbegeleiding. Om hierin te voorzien werd het project Learning Inside Out (LIO, 2017–2023) opgezet, dat uitgroeide tot een structurele werking in alle gevangenissen. Binnen dit project detecteerden leerloopbaanbegeleiders de individuele leervragen van gedetineerden en boden zij ondersteuning bij persoonlijke leertrajecten en leervragen. De vraag naar maatwerk bleek groot: in 2023 resulteerde dit in 156 inschrijvingen bij de examencommissie, goed voor 14 behaalde diploma’s. Daarnaast werden 25 trajecten bij een CVO opgestart, 36 studenten volgden een bacheloropleiding, 13 een masteropleiding en 61 personen kregen begeleiding in nazorg na hun vrijlating. Hoewel het project eind 2023 afliep, maakte het duidelijk dat er enerzijds meer beleid en aanbod nodig zijn voor laaggeletterde gedetineerden, en anderzijds een betere toegang tot hoger onderwijs. Verdere digitalisering is daarbij onmisbaar.

Het beperkte gebruik van digitale middelen blijft immers een structureel probleem binnen detentie. Om mogelijke oplossingen te verkennen, nam Vocvo samen met Justitie deel aan het internationale Triangle-project (2021–2024), een Erasmus-samenwerking met Portugal en Nederland. Dit project onderzocht de kansen en beperkingen van digitale leerplatformen in een gesloten context. Vocvo steunde in de Kempense regio ook het initiatief om de mogelijkheden van de lokale digibanken mee te verkennen.

Daarnaast blijft er een constante nood om het onderwijsaanbod verder te optimaliseren. Binnen het kader van EduSprong werden hiervoor vernieuwende initiatieven ontwikkeld. In Beveren kregen cursisten de kans om via afstandsonderwijs modules te volgen en zo het AAV-gedeelte van hun diploma te voltooien. In Haren werd ingezet op het ontwikkelen van beroepsgerichte mogelijkheden binnen de nieuwe detentiecontext.

De gezamenlijke inspanningen en ontwikkelingen vertalen zich duidelijk in de cijfers. In het schooljaar 2023-2024 namen 2.873 cursisten deel aan onderwijs in detentie, goed voor 6.321 inschrijvingen. Dit betekent een aanzienlijke stijging ten opzichte van zowel het coronajaar 2020-2021 (+4.033 inschrijvingen) als het pre-coronajaar 2018-2019 (+1.687 inschrijvingen). Het schooljaar 2023-2024 werd afgesloten met een goede 2700 behaalde deelcertificaten. De uitval is stabiel, met een gemiddelde van ongeveer 15%.

Er zijn reeds aanzienlijke inspanningen geleverd, maar tegelijk wordt er verder gebouwd aan de toekomst van onderwijs in detentie. Positieve ontwikkelingen hierbij zijn de inkanteling van de onderwijscoördinatie binnen het Agentschap Justitie en Handhaving en de herintroductie van de examencommissie binnen de gevangenismuren.

Zo is er nood aan een algemeen geletterdheidsbeleid dat gedragen wordt door de volledige gevangenis. Daarbij kan bijvoorbeeld, samen met verschillende diensten binnen de gevangenis en Ligo, gewerkt worden aan het bereiken en activeren van laaggeletterde en laaggecijferde personen. Daarnaast bracht het LIO-project aan het licht dat er binnen de gevangenismuren ook nood is aan aanbod en mogelijkheden voor hoger onderwijs. Een deel van de gedetineerde bevolking is voldoende geletterd, maar wordt op dit vlak onvoldoende bediend. Ook het gegeven dat onderwijs blijvend moet kunnen inspelen op veranderende noden en mee moet evolueren met de maatschappij, brengt de nodige uitdagingen mee.

Om deze ontwikkelingen te realiseren is een blijvende, centrale en krachtige samenwerking essentieel. De stijgende gevangenispopulatie en de toenemende vraag naar onderwijs zorgen voor een aanzienlijke uitdaging en verhogen de werkdruk, terwijl de beschikbare middelen niet in hetzelfde tempo meegroeien. In schooljaar 2024-2025 bedroeg de gemiddelde inzet 0,70 VTE onderwijscoördinator per inrichting, wat neerkomt op één voltijdsequivalent voor 590 gedetineerden.

Uit